Ik wist dat ‘de dag’ooit kon komen, maar ik had zo gehoopt dat hij nooit zou aanbreken. Soms komt er een moment waarvan je altijd gehoopt had dat je het nooit zou meemaken. Een moment waarop de wereld ineens een stukje harder voelt, omdat je kind geraakt wordt door iets waar jij al je hele leven tegen vecht.

Ik heb in de loop van de jaren geleerd om om te gaan met racisme.
De opmerkingen, de vooroordelen, de blikken – ze raakten me vroeger dieper dan nu. Ergens heb ik een dikke huid ontwikkeld, omdat je anders niet verder kan. Maar die bescherming geldt niet voor mijn kinderen. Wanneer zij ermee geconfronteerd worden, voelt het alsof alle lagen wegvallen en de pijn rechtstreeks mijn hart binnendringt.
Want dit is niet nieuw. Mijn hele leven lang ben ik op subtiele en minder subtiele manieren gewezen op het feit dat ik “anders” zou zijn. Vaak onuitgesproken, soms heel luid.Ik ben zo vaak afgewezen bij sollicitaties nog vóór ik de kans kreeg mezelf te tonen. Mijn naam op een brief was genoeg om geen uitnodiging te krijgen. Telkens als ik wél mocht komen, kreeg ik de job. Maar wat een strijd, telkens weer.

Ook een huis vinden was een jarenlange lijdensweg.
Acht jaar hebben we gezocht, acht jaar lang telkens opnieuw een deksel op de neus. Tot het punt dat we er nu mee gestopt zijn. We wonen intussen al ruim tien jaar in hetzelfde huis, ook al zijn we er met ons gezin al lang uit gegroeid. De pijn, de vernedering, het telkens weer niet goed genoeg bevonden worden – dat weegt zwaar.
De dag, het moment waar ik altijd al bang voor was:
Dat mijn kind hetzelfde moet meemaken. Tijdens een kamp gebeurde het voor de eerste keer. Er vielen woorden die niet gezegd hadden mogen worden. Ik was er niet bij, maar ik hoorde er later van. Gelukkig waren er kinderen die meteen ingrepen en duidelijk maakten: dit is niet oké. En ook de begeleiding heeft er aandacht aan besteed. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Maar toch… het doet pijn. Want het is niet eerlijk dat mijn kind – zo mooi, zo lief, zo puur – moet meemaken wat ik zelf al die jaren doorsta.



In de loop van de jaren is er bij ons thuis wel eens gesproken over racisme. Niet zwaar, altijd luchtig. Wij trekken niet graag die kaart. Maar ergens wisten we dat onze kinderen er vroeg of laat mee geconfronteerd zouden worden.Ik wil ze niet hard maken. Ik wil hen meegeven dat dit bestaat, zonder hen te belasten met angst of vooroordelen. Ik wil dat ze nieuwsgierig en open blijven naar anderen. Dat ze niet leren wantrouwen, maar vertrouwen.
En toch… ik twijfel.
Hoe pak ik dit aan? Waar doe ik goed aan?Mijn zoon staat er vrij nuchter in, het laat hem niet wakker liggen. In tegenstelling tot mezelf. Want ik weet: dit is maar het begin. Vandaag waren het woorden van kinderen, maar later in het leven zullen het misschien de woorden en daden van volwassenen zijn. En die komen vaak nog harder binnen. Moet ik hem daarop voorbereiden? En is dat eigenlijk eerlijk? Want waarom zou ik mijn kind moeten voorbereiden op iets waar elk ander kind zich geen zorgen om hoeft te maken?


Ik geloof ook niet dat kinderen dit uit zichzelf doen.
Het is aangeleerd gedrag. Gehoord aan de eettafel, opgepikt uit gesprekken, gedachteloos herhaald. En dat is het verdrietige: kinderen zijn van nature zo open, zo nieuwsgierig, zo hongerig om nieuwe dingen te ontdekken.
Het is écht zo jammer dat sommige mensen de schoonheid niet zien in een andere cultuur, een andere afkomst, een ander geloof. Terwijl er zoveel rijkdom ligt in het leren van elkaar. De wereld zou zoveel mooier en rijker zijn als we nieuwsgierig bleven in plaats van bang te worden.



Woorden hebben gewicht.
Ze kunnen klein maken of groot maken, verbinden of verdelen.Daarom blijf ik dit benoemen, blijf ik hopen en vechten. Niet alleen voor mezelf, maar vooral voor mijn kinderen. Zodat zij mogen opgroeien in een wereld waar respect, warmte en menselijkheid de toon zetten.


